Inleiding

Onze keuze om onderzoek te doen naar het welzijn in een ontwikkelingsland, lag vooral aan persoonlijke voorkeur naar het welbevinden van de mens. We hebben er dan ook bewust voor gekozen om geen onderwerp te kiezen rondom Ghana’s economische situatie. Het onderwerp ontwikkelingssamenwerking vonden wij allemaal veel diepgang hebben en wij waren het er over eens dat wij hier een mooi onderzoek van zouden kunnen maken, waarbij wij allemaal onze kwaliteiten optimaal zouden kunnen inzetten.

Waarom specifiek Ghana? Na kort onderzoek bleek dat Ghana het als ontwikkelingsland relatief goed deed. Het ging in Ghana goed genoeg om van een hulprelatie over te gaan naar overgangsrelatie met Nederland. Dus voor een onderzoek naar het effect van de steun op het gebied van welzijn leek Ghana een geschikt land.

Historische Achtergrond

Geografisch

Economische en Politieke huidige situatie

Onderwijs en Gezondheid

Historische achtergrond

Ghana kent een lange koloniale geschiedenis, net als veel andere West-Afrikaanse landen. De Portugezen profiteerde van de goudmijnen in het land. Ook profiteerde ze van de kustroute waardoor ze het goud konden verhandelen. Hier werd door de Portugezen dan ook het eerste fort gebouwd om andere goudzoekende Europeanen af te stoten. Al snel werd de goudhandel vervangen door de slavenhandel. Deze tragische geschiedenis, die het land en de bevolking kapot maakte, heeft er echter wel toe geleid dat Ghana zijn huidige vorm kreeg. De Nederlanders verdreven in 1642 de Portugezen uit het land. Hierna domineerde de West Indische Compagnie meer dan 200 jaar lang de slavenhandel in dit gebied. In 1872 verkocht de WIC het gebied en de controle daarover aan de Britten. Zij namen het land over en koloniseerden het. Dat is de reden dat engels nu nog steeds de officiële taal van Ghana is.

Geografisch

Ghana is een ontwikkelingsland in West-Afrika. Het ligt iets ten noorden van de evenaar aan. Omringd door de franstalige landen Ivoorkust, Burkina Faso en Togo. Ghana is klein voor Afrikaanse begrippen. Daarnaast is het land relatief vlak. Alleen in het centrale en oostelijke deel van het land bevinden zich bergen.

Economische en Politieke huidige situatie

Ghana kent een politiek systeem dat op het onze lijkt. Het is een constitutionele democratie. Elke vier jaar worden er landelijke stemmingen gehouden voor het staatshoofd, de president. Rawlings werd in 1993 gekozen als president. Door de hervormingen die Rawlings doorvoerde is sinds de jaren negentig Ghana relatief economisch stabiel geworden.Het Bruto Nationaal Product per hoofd van de Ghanese bevolking is bijna twee keer zo hoog dan dat van de armste landen in West-Afrika. Voor alsnog blijft Ghana sterk afhankelijk van internationale financiële en technische hulp. 55% van de arbeidsbevolking werkt in de landbouw welke ongeveer 35% van het BNP oplevert.

Onderwijs en Gezondheid

Basisonderwijs is verplicht en gratis. De hoeveelheid kinderen die naar school gaan is relatief hoog. Daarentegen is toegang tot vervolgonderwijs moeilijk, omdat er weinig aanbod is. In het noorden en noordoosten van het land presteren de scholen het slechtst. Vooral in het noorden blijft analfabetisme een groot probleem. Ook is er veel ongelijkheid tussen steden en het platteland op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg. De overheid lijkt helaas niet erg veel aandacht te besteden aan andere vormen van onderwijs. Dit wordt grotendeels overgelaten aan non-profit organisaties en kerkgemeenschappen.

Ghana bezit over ruim 12.000 lagere scholen, 5.500 Junior Secondary Schools, 700 Senior Secondary Schools, 18 technische instituten, 21 nurse training colleges, 3 theologische colleges, 20 university colleges, 6 tutorial colleges, 10 polytechnics, 6 publieke en 3 privé-universiteiten.

De belangrijkste wetgeving, beleidsdocumenten en rapporten op het gebied van onderwijs in Ghana zijn:

• Education Act, 1961;

• Dzobo Report,1973;

• New Structure and Content of Education, 1974;

• Education Commission Report on Basic and Secondary Education, 198788;

• Education Reform Programme, 198788;

• University Relationalization Committee Report, 1988;

• Free Compulsory Universal Basic Education (FCUBE) Programme, 1996 (voortkomend uit de Grondwet van 1992);

• Ghana EducationTrust Fund – GET Fund Act 2000

In Ghana vormt door een gebrek aan middelen de gezondheidszorg een probleem. Uit onderzoek is gebleken dat de gemiddelde levensverwachting van mannen 63,38 jaar en van vrouwen 68,19 is. Dit is een stuk beter dan enkele jaren terug, echter in vergelijking met een land als Nederland is de levensverwachting wel een stuk lager.

Ongeveer de helft van de kinderen heeft als gevolg van ondervoeding groeistoornissen. Het afgelopen decennium is er wel aanzienlijke vooruitgang geboekt door intensieve vaccinatieprogramma’s en doordat men, ook op het platteland, toegang heeft gekregen tot drinkbaar water en latrines. Hierdoor is de hygiëne aanzienlijk verbeterd. Desondanks sterven er nog te veel mensen aan eenvoudig te genezen ziekten, zoals cholera en mazelen, of hebben velen niet de financiële middelen om een arts te bezoeken. De afgelopen jaren heeft de gezondheidszorg er nog een enorm probleem bij gekregen: de razendsnelle verspreiding van het aids-virus. De Ghanese regering tracht uitbreiding van het aantal seropositieven, geschat op zeker een half miljoen, via voorlichting en via het propageren van condooms af te remmen.

Opzet

Hoofdvraag en deelvragen

Hypotheses

Verantwoording

Hoofdvraag

Wat is het effect van de steun die Nederland biedt aan Ghana op het gebied van welzijn?

Deelvragen

  1. Wat is het effect van de steun die de Nederlandse politiek biedt aan Ghana op het gebied van welzijn
  2. Wat is het effect van de steun die Nederlandse hulporganisaties bieden aan Ghana op het gebied van welzijn?
  3. In hoeverre staat de Nederlandse burger achter de steun die gegeven wordt aan Ghana op het gebied van welzijn?
  4. Hoe denkt iemand vanuit het Ghanese perspectief over de steun die wordt gegeven aan Ghana op het gebied van welzijn?

Hypotheses

Hoofdhypothese

Wij verwachten dat de politieke partijen, VVD en PvdA, het volgende zullen zeggen over de hoofdvraag: De steun die Nederland biedt op het gebied van welzijn is heel effectief, de situatie in Ghana is verbeterd en dit komt mede dankzij de steun die Nederland heeft geboden.

Wij verwachten dat de hulporganisaties, Ghana-Haarlem en The Hunger Project, het volgende zullen denken over de hoofdvraag: De steun die Nederland biedt op het gebied van welzijn heeft veel invloed, er worden veel scholen gebouwd waardoor meer ghanezen kans hebben op een betere toekomst. Hierdoor wordt de armoede ook verminderd. Er wordt veel geïnvesteerd in gezondheid door middel van sanitaire voorzieningen en de gezondheid verbetert hierdoor ook. De steun die Nederland biedt zal niet overal in het land genoeg zijn, maar alle beetjes helpen.

Wij verwachten dat de Nederlandse burger het volgende zal denken over de hoofdvraag: De steun die Nederland biedt op het gebied van welzijn is goed, het zal niet genoeg zijn en er zijn zoveel landen in de wereld die hulp nodig hebben maar dat Nederland überhaupt steun biedt aan Ghana is een positief iets.

Wij verwachten dat iemand die denkt vanuit het Ghanese perspectief het volgende zou denken over de hoofdvraag: De steun die Nederland biedt op het gebied van welzijn is niet genoeg, er is verschil te merken in verschillende gebieden van Ghana, maar in het gehele land zelf niet. Nederland biedt steun en dat is op zichzelf al heel goed, maar het is bij lange na niet genoeg om de situatie in Ghana te verbeteren.

1. Politiek

Wat is het effect van de steun die de Nederlandse politiek biedt aan Ghana op het gebied van welzijn?

De ideeën die de Nederlandse politiek heeft over ontwikkelingssamenwerking kan je verdelen in twee richtingen.

Aan de ene kant zijn er de linkse politici (als PVDA) die het eerlijk verdelen van kennis, macht en inkomen zien als de kern van een sociaaldemocratie. Daarvan verwachten wij dat we veel effect zullen terugzien in de toekomst. Er wordt vooral gespecialiseerd in recht en veiligheid, landbouw en voedselzekerheid, water en gezondheidszorg, waaronder ziektes als malaria en hiv/aids. De positieve ontwikkelingen zullen ervoor zorgen dat het welzijn in Ghana met flinke mate vooruit zal gaan.

Aan de andere kant zijn er de rechtse politici (als VVD). Die vinden dat er juist minder geld moet worden besteed aan ontwikkelingssamenwerking. Zij, de rechtse politici, zijn van mening dat het geld te vaak in handen komt van corrupte regeringen en aan het einde van de dag de mensen zelf vrij weinig oplevert. Ook vinden ze dat het niet alleen de taak is van de overheid om zich bezig te houden met ontwikkelingssamenwerking, aangezien er genoeg organisaties zijn die zich hiermee bezig houden waar burgers zelf geld aan kunnen doneren.

Van de rechtse politici verwachten we niet veel tot vrijwel geen effect op het gebied van welzijn in Ghana.

2. Hulporganisaties

Hoewel diverse hulporganisaties het eens zijn over het feit dat Ghana steun nodig heeft, zouden zij van mening kunnen verschillen over welke vorm van steun nodig is en wat prioriteit zou moeten krijgen. Hoewel zowel de organisatie Ghana Haarlem als de organisatie The Hunger Project streeft naar algemene vooruitgang in Ghana, zal het effect van hun hulp ter plaatse erg kunnen verschillen. De verschillen die we hierin zouden kunnen vinden zijn bijvoorbeeld: lokaal en regionaal, The Hunger Project Nederland gaat minder lokaal te werk dan Ghana Haarlem bijvoorbeeld, die heeft een directe aanpak door het uitvoeren van projecten. Ook zou de verdeling van de hulp en de mate daarvan een verschil kunnen zijn. Wanneer één hulporganisatie groter is dan de andere zou het te verwachten zijn dat zij op minder grote schaal hun steun verdelen. Dit zou kunnen betekenen dat een grootschalige onderneming meer op kwantiteit dan op kwaliteit is gericht. Daarnaast richt Ghana Haarlem zich ook op Ghanezen die in Nederland wonen. Op die manier houdt Ghana Haarlem misschien beter contact met Ghanezen in Ghana. Enerzijds kan deze directe manier van werken en communiceren kunnen betekenen dat er makkelijker contact gemaakt kan worden met bepaalde gebieden en waardoor projecten makkelijker van de grond komen. Ghana staat erom bekend een trage bureaucratie te hebben, waardoor het opstarten van projecten veel tijd en moeite in beslag zou kunnen nemen. Anderzijds kan het ook betekenen dat het verdelen van de aandacht tussen projecten in Ghana en hulp bieden aan Ghanezen in Nederland elkaar belast. Een andere mogelijke voordeel zou kunnen zijn dat Ghana Haarlem meerdere bestuursleden van Ghanese afkomst heeft.

3. De Nederlandse burger

Wij verwachten dat de Nederlandse burgers verschillend zullen denken over de steun die gegeven wordt aan Ghana op het gebied van welzijn.

Mensen met een linkse politieke voorkeur zullen, naar onze verwachting, positiever denken over de steun die aan Ghana wordt gegeven dan mensen met een rechtse politieke voorkeur. Dit denken wij, omdat bijvoorbeeld de PvdA in hun standpunten meer sympathie toont tegenover ontwikkelingssamenwerking dan bijvoorbeeld de VVD.

Ook verwachten wij dat vrouwen positiever zullen denken over de steun dan mannen, aangezien vrouwen van nature wat meer de neiging hebben om voor anderen te zorgen en mannen niet.

Mensen die wat meer betrokken zijn met ontwikkelingssamenwerking zullen naar onze verwachting ook positiever zijn, dit zijn vaak werkende mensen van de leeftijden 19 tot en met 50 jaar. Werkende mensen van deze leeftijden zijn vaak betrokken met de politiek, doordat ze mogen stemmen, en zijn meer bezig met het nieuws. Doordat mensen betrokken zijn of überhaupt verstand van het onderwerp hebben krijgen ze vaak een positievere mening. Daarnaast verwachten wij dat hoger opgeleiden ook sympathieker tegenover ontwikkelingssamenwerking met Ghana zullen staan, omdat ook zij vaak meer bezig zijn met het nieuws en politiek, waardoor zij meer betrokken zijn met ontwikkelingssamenwerking.

Vooral op het gebied van onderwijs en gezondheid verwachten wij dat de meeste mensen het positiefst zullen denken. Deze twee factoren zijn cruciaal voor iemands toekomst en daarom zullen mensen veel meer de neiging hebben daar wat meer voor over te hebben.

4. Direct betrokkenen

Wij verwachten dat de inwoners van Ghana over het algemeen de steun van Nederland als positief ervaren. Het zal echter verschillen per burger op welk gebied zij die steun als het meest waardevol zien. Minder welvarende burgers zullen steun op gebied van armoedebestrijding belangrijk vinden, omdat zij daar zeker hulp in kunnen gebruiken. Ook verwachten wij dat zowel hoger opgeleide als rijkere burgers meer het belang van goed onderwijs inzien dan armere en lager opgeleide burgers. Dit omdat welvarende burgers het onderwijs kunnen betalen en hoger opgeleiden ook eerder het nut inzien van een goede scholing. Zij hebben zelf namelijk ook een opleiding gedaan en hebben daardoor ervaren welke voordelen het met zich mee brengt. Daarnaast denken wij dat vrouwen meer belang hebben bij steun op gebied van gezondheid, aangezien nog steeds veel moeders sterven na of tijdens hun zwangerschap. Ook zijn zij waarschijnlijk meer bezig met de gezondheid van hun kinderen dan de vaders. De oudere bevolking zal misschien een wat afstandelijke houding hebben tegenover de hulp van Nederland. Wij verwachten dat zij de neiging hebben te denken dat Nederland alleen maar westerse invloeden probeert over te dragen en Ghana daarmee te veranderen als land. Ouderen zullen naar ons idee daardoor een wat negatieve houding naar de steun hebben, integendeel tot jongeren, die wel Ghana willen ontwikkelen tot een moderner land en daarmee dus de steun graag ontvange

Verantwoording Onderzoeksopzet

Voor dit onderzoek hebben wij gebruik gemaakt van een enquête en meerdere interviews. Door de enquête konden wij goed de mening van Nederlandse burgers peilen, wat wij nodig hadden voor de deelvraag “In hoeverre staat de Nederlandse burger achter de steun die gegeven wordt aan Ghana op het gebied van welzijn?”. Een enquête is een goede manier om veel verschillende mensen te bereiken en er komen dus ook veel verschillende meningen naar voren, die wij dan kunnen vergelijken en conclusies uit kunnen trekken. Bij een enquête kan je niet heel diep gaan op de individuele mening van de burgers. Dit was voor dit deel van ons onderzoek dan ook niet heel erg van belang, aangezien wij ons niet richtten op de individuele mening, maar de mening van verschillende bevolkingsgroepen. De enquête is onder zowel volwassenen als jongeren verspreid, waardoor de uitkomst van de enquête aardig representatief zou zijn.

Om de andere deelvragen te beantwoorden, hebben wij meerdere interviews gehouden. Door deze interviews konden wij dieper ingaan op het onderwerp en nieuwe informatie inwinnen. De mensen die wij geïnterviewd hebben zijn allemaal specifiek gekozen op hun kennis over het onderwerp. Zij hebben allemaal een verbinding met Ghana of de ontwikkelingssamenwerking, waardoor zij betrouwbare informatiebronnen zijn.

Resultaten

Analyses

PvdA en VVD: compleet andere visie, maar streven naar hetzelfde

Hulporganisaties in Ghana, hoe helpen zij?

De Nederlandse burgers tegenover Ghana

En de Ghanezen zelf dan?

PvdA en VVD: compleet andere visie, maar streven naar hetzelfde

Door Ahlam Haddad

Het contacteren van de partijen leverde weinig resultaat op. Specifieke visies van beide partijen over de ontwikkelingssamenwerking met Ghana zijn niet te achterhalen op het internet of in de bibliotheek. Ik heb er uiteindelijk voor gekozen om meerdere bronnen over de politieke partijen hun mening over algemene samenwerking te bestuderen en een conclusie trekken over hoe zij tegenover de ontwikkelingssamenwerking met Ghana kijken.

De PvdA is een zeer progressieve sociaal democratische partij die van mening is dat het eerlijk delen van kennis, macht en inkomen de kern vormt van een sociaaldemocratie. Het versterken van zelfredzaamheid door te investeren in terreinen waarop zij ervaring hebben, is waar de PvdA naar streeft. Het gaat hierbij om de volgende terreinen; recht en veiligheid, landbouw en voedselzekerheid, water en gezondheidszorg, waaronder ziektes als malaria en hiv/aids .

De VVD aan de andere hand is een rechts liberale partij, maar heeft op bijvoorbeeld ethisch gebied meer progressieve standpunten. In vergelijking met de PvdA heeft de VVD een compleet ander beeld over ontwikkelingssamenwerking. Landen moeten zichzelf redden is de algemene visie van de partij over het desbetreffende onderwerp.

Uit bronnen heb ik kunnen afleiden dat de PvdA zich vooral wilt inzetten voor de meest fragiele staten. Kenia behoorde tot het lijstje van de 15 partnerlanden van Nederland. Echter door vorse vooruitgangen en positieve ontwikkelingen binnen het land is door Liliane Ploumen bekend gemaakt aan het eind van 2016 dat het land vanaf 2020 niet meer bij de 15 partnerlanden van Nederland zal horen. Kenia behoort dus niet tot een van de meest fragiele staten. Ik kan uit deze feiten concluderen dat de PvdA de ontwikkelingssamenwerking met Ghana niet zou willen voortzetten.

Op de website van de PvdA zelf staat er het volgende;

“Handel en handelsverdragen moeten bijdragen aan verantwoorde mondiale productieketens, aan versterking van onze normen en waarden wat betreft arbeidsrechten en duurzaamheid, en aan versterking van de positie van ontwikkelingslanden. We steunen samenwerking tussen maatschappelijke organisaties, vakbonden, bedrijven en overheden, in navolging van de sectorconvenanten.”

Ze zullen dus bijvoorbeeld wel een handelsverdrag willen sluiten met Ghana, maar vertrouwen er voor de rest op dat het land nu alleen vooruit kan.

De VVD zou hoogstwaarschijnlijk ook de samenwerking met Ghana niet willen voortzetten. Uit een artikel verschenen in 2013 in het Parool is te lezen dat de VVD de stedenband met Accra, de hoofdstad van Ghana, zou willen beëindigen. Met als reden dat de partij vindt dat er te weinig concrete resultaten te zien zijn. De VVD vindt dat het geld te vaak terechtkomt bij corrupte regeringen en het de mensen die het echt nodig hebben vrijwel tot compleet niets oplevert.

Wat betreft de tot nu toe opgeleverde resultaten van de ontwikkelingssamenwerking met Ghana, zal de PvdA een wat optimistischere reactie hebben dan de VVD. De progressieve partij is van mening dat ontwikkelingssamenwerking echt helpt. Basisvoorzieningen in ontwikkelingslanden worden beter, de overheid wordt versterkt en economische groei gestimuleerd. Ze zien wel in dat door oorlog, corruptie of bevolkingsgroei een deel van deze resultaten teruggedraaid zouden kunnen worden en de hulp zelfs conflicten en corruptie zou kunnen aanwakkeren, maar dat de geboden hulp helpt is voor hen een feit. Echter zoals ik al eerder had genoemd was de VVD al enkele jaren van mening dat er in Ghana, of in ieder geval in de hoofdstad, te weinig resultaten te zien waren. Of hun mening door de jaren heen is veranderd is helaas niet te achterhalen.

De steun van de politieke partijen tegenover ontwikkelingssamenwerking groeit de laatste tijd met forse mate, maar is altijd al zeer aanwezig geweest. Door de vele mate aan steun voor ontwikkelingssamenwerking heeft Nederland de afgelopen jaren er dan ook steeds meer in geïnvesteerd. Daar heeft onder andere Ghana zeer veel profijt van gehad, wat blijkt uit de positieve ontwikkelingen en het feit dat Ghana vrijwel niet meer wordt gezien als een land dat nog de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking nodig heeft. Dit komt onder andere doordat er niet zonder nadenken geld wordt gegeven aan het land, maar dat er zeer gericht wordt nagedacht en geïnvesteerd.

bronnen:

https://partos.nl/actueel/pers/artikel/news/politieke-steun-voor-ontwikkelingssamenwerking-groeit/

https://www.pvda.nl/standpunten/internationaal-defensie/ontwikkelingssamenwerking/

https://www.nrc.nl/nieuws/2009/09/28/ontwikkelingshulp-is-noodzakelijk-11789017-a1158905

https://www.telegraaf.nl/nieuws/956538/ploumen-hulp-en-handel-helpen-ghana-vooruit

https://www.rijksoverheid.nl/regering/regeerakkoord-vertrouwen-in-de-toekomst/4.-nederland-in-de-wereld/4.3-ontwikkelingssamenwerking

https://www.parool.nl/binnenland/vvd-wil-stoppen-met-stedenband-accra~a3569617/

https://www.vvd.nl/standpunten/ontwikkelingssamenwerking/

https://www.volkskrant.nl/binnenland/ploumen-toont-dozen-vol-onderzoek-over-effect-ontwikkelingshulp~a4193294/

https://www.oneworld.nl/overig/nederland-beeindigt-ontwikkelingshulp-voor-indonesie-kenia-en-ghana/

Hulporganisaties in Ghana, hoe helpen zij?

Door Merlijn Hutter

Voor dit onderzoek heb ik bij twee verschillende belangengroepen een interview afgenomen. Dit interview bestaat uit 10 vragen met als doel het beantwoorden van de volgende deelvraag: Wat is het effect van de steun die Nederlandse hulporganisaties bieden aan Ghana op het gebied van welzijn? Één van deze belangengroepen is Ghana-Haarlem en hier hebben wij Jackson Opon-Nimoh de medeoprichter en secretaris van de hulporganisatie geïnterviewd. De interviewvragen die we hebben gesteld aan Jackson Opon-Nimoh hebben we ook gebruikt in het onderzoek dat we hebben afgenomen bij een andere hulporganisatie, The Hunger Project Nederland.

Het eerste onderzoek was een fysiek interview, Fleur Wessels en ik zijn hiervoor op 23 oktober naar Haarlem gegaan. Na hartelijk te zijn ontvangen door Jackson hebben we zoals verwacht een uur gedaan over het stellen van onze interviewvragen aan hem. Hierin was Jackson meer dan bereid om ons gedetailleerde voorbeelden en anekdotes te geven bij zijn antwoorden en uitleg. Hij heeft ons een duidelijk beeld gegeven van de visie waarmee Ghana-Haarlem te werk ging en tegenwoordig te werk mee gaat. Ook heeft hij ons een duidelijk beeld gegeven van welke projecten Ghana-Haarlem heeft opgezet en wil opzetten.

Het tweede onderzoek heb ik helaas niet in persoon af kunnen nemen, maar is afgeleid van de informatie van de website van The Hunger Project Nederland (vanaf nu THP Nederland). Deze bleek echter meer dan genoeg informatie te bevatten om mijn onderzoek te doen. Ik ben er achter gekomen hoe, waar en met welke visie zij te werk gaan.

Zowel Ghana-Haarlem als THP Nederland streven naar “algemene” vooruitgang in welzijn voor de burgers in Ghana. Algemeen in de zin dat mensen op ieder vlak van hun bestaan het beter moeten gaan krijgen, door middel van de geboden steun. Dit bleek uit de antwoorden op de vraag: ‘Welke doelen heeft uw organisatie voor ogen?’. Hierbij waren beide partijen het eens dat gelijke rechten voor mannen en vrouwen, betere medische zorg, onderwijs voor iedereen, schoon drinkwater en voldoende voedsel allemaal bereikbare en essentiële doelen waren voor iedere regio in Ghana.

Maar toen we doorvroegen naar hoe deze doelen bereikt zouden moeten worden, konden we het eerste verschil tussen de twee organisaties merken: de schaal van de geboden hulp. Ghana-Haarlem is vooral regionaal actief en THP Nederland werkt op grotere schaal. De gestelde vraag luidt: ‘Is de steun die uw organisatie levert in dezelfde mate merkbaar?’. In het geval van Ghana-Haarlem was dat niet het geval. Jackson gaf toe dat hun ambities in eerste instantie heel Ghana in het vizier hadden, maar dat zij er al snel achter kwamen dat dit gewoon niet haalbaar zou zijn voor een organisatie van hun formaat. Hierdoor focussen zij zich tot op de dag van vandaag op één enkele regio; namelijk de streek waar Jackson zelf nog het meest contact mee heeft, zijn geboorteplaats.

THP Nederland echter, heeft een andere werkwijze. Hun ontwikkelingssamenwerking is duidelijk breder verspreid en door heel Ghana te vinden. Dit is mogelijk, omdat THP Nederland een veel grotere organisatie is. In tegenstelling tot Ghana-Haarlem is THP Nederland ook buiten Ghana actief, in 18 landen in totaal. THP Nederland heeft nog een oorzaak om op deze grote schaal werkzaam zijn, namelijk de effectieve wijze waarop zij middelen als geld, netwerken en vrijwilligers gebruiken.

Dit kwam onder andere voorbij in het antwoord op de vraag ‘Op welke manier(en) verbetert uw organisatie het welzijn van de inwoners van Ghana?’. Hierbij kwam sterk naar voren hoe de verschillende organisaties te werk gaan. Ghana Haarlem kijkt naar wat er mist in een regio, of dat nu een school, een kliniek, of een serie toiletgebouwen is. Vervolgens zorgen zij voor de middelen om te zorgen dat datgene wat mist, er wél is.

THP Nederland werkt volgens een stappenplan. Met vier verschillende stappen motiveren ze de lokale bevolking van 10 tot 15 plattelandsdorpen om een gemeenschappelijk centrum te bouwen. Dit centrum bevat gezamenlijke akkers en een aantal gebouwen met functies als het voorlichten van een aantal lokale bewoners. Deze bewoners kunnen vervolgens weer andere dorpelingen voorlichten. Ook worden in het centrum klinieken, waterputten en een bank gebouwd. THP Nederland spreekt hier van een epicentrum strategie. Het ultieme doel van THP Nederland heeft haast een liberaal uitgangspunt. Ze streven namelijk naar zo snel mogelijke “zelfredzaamheid”, ofwel het verschijnsel waarbij de gemeenschap zo goed functioneert dat de gemeenschap zonder de steun van buitenaf kan leven.

De visie waarmee deze twee organisaties steun bieden verschilt. Ghana-Haarlem richt zich specifiek op de Ghanese burgers. Dit geld voor de mensen die steun ontvangen in Ghana, maar ook voor Ghanezen die moeten inburgeren in Nederland. Het grootste deel van het bestuur van Ghana-Haarlem is dan ook zelf van Ghanese afkomst. Daarmee is hun motief ook: De sociale en culturele band die Ghana-Haarlem heeft met andere Ghanezen. De visie waarmee THP Nederland hulp biedt gaat hand in hand met hun filosofie. Deze luidt als volgt: ‘The Hunger Project Nederland gelooft dat onze generatie een einde kan maken aan chronische honger. Wij zien geen miljoenen monden om te voeden, maar miljoenen ondernemende en veerkrachtige mensen. Mensen met honger zijn niet het probleem, zij zijn de oplossing – dát is de filosofie van The Hunger Project.’. Dit resulteert in een vertrouwen van de hongerlijdende burgers in Ghana. THP Nederland gaat ervan uit dat deze groep in combinatie met motivatie en voorlichtingen een zelfredzame gemeenschap kan vormen. Daarnaast vinden zij dat het probleem “honger” een probleem met veel verschillende oorzaken is. Zo spelen onder andere onderwijs, watervoorzieningen, milieu en gezondheid een rol in zowel de oorzaak als de oplossing van honger en beïnvloeden daarbij hun visie in het verbeteren van het welzijn onder Ghanese burgers.

Op misschien wel de belangrijkste interviewvraag konden zowel Ghana-Haarlem als THP Nederland ons gelukkig concrete antwoorden geven. Deze vraag luidt: ‘In welke mate heeft ontwikkelingssamenwerking invloed gehad op de kwaliteit van welzijn in Ghana?’.

Van Ghana-Haarlem kregen wij als antwoord een reeks afgeronden projecten en op de website van THP Nederland was duidelijk en vaak statistisch te zien welke vooruitgang er is gemaakt. Onder de prestaties van Ghana-Haarlem vallen de volgende projecten: een openbaar Healthcentre, een toiletgebouw, een openbare basisschool en middelbare school en meerdere waterputten verspreid over de regio. Hoewel Ghana-Haarlem meer persoonlijk contact lijkt te hebben met de Ghanese bevolking, lijkt het er niet op dat dit een enorme invloed heeft op de hoeveelheid afgeronde projecten in vergelijking met THP Nederland.

THP Nederland maakte in 2016 bekend dat 7 van de 44 geholpen epicentra/gemeenschappen na 5 tot 15 jaar compleet zelfredzaam zijn geworden. THP Nederland vertelt dat dit niet betekent dat problemen als honger en armoede niet meer bestaan, maar dat deze gemeenschappen zulk soort problemen zelf kunnen aanpakken. Daarnaast is de gezondheidszorg afgelopen jaar door de officiële organisatie voor gezondheidszorg in Ghana (Ghana Health Service) erkend als goede en belangrijke zorg in de gebieden waar de epicentra liggen. Het welzijn is dus op het gebied van gezondheid verbeterd. Een voorbeeld hiervan is dat ruim 1.000 vrouwen bevielen in een door de THP Nederland gebouwde kliniek. Dit maakt het voor zowel de moeders als de kinderen een veel veiligere bevalling.

Hoe de hulporganisaties ook verschillen in werkwijze, visie en omvang, is er één ding dat hetzelfde is; namelijk de vereiste samenwerking tussen de geholpen bevolking en de hulpverleners. Vroeger sprak men enkel over ontwikkelingshulp, terwijl tegenwoordig de nadruk ligt op ontwikkelingssamenwerking. Het beste voorbeeld ligt bij het bestrijden van honger; één keer een voedsel donatie doen is goedbedoeld, maar in ontwikkelingslanden is er vaak sprake van chronische honger. In dat geval is het dus verstandiger om mensen voorlichting te geven, afspraken te maken met boeren over handel of betere landbouwwerktuigen helpen aan te schaffen. Er is dan sprake van samenwerking en niet van hulp. Dit is een oplossing voor op lange termijn en dat hebben deze landen nodig om zichzelf te redden. Het kernconcept samenwerking, een proces waarbij individuen, groepen en/of staten relaties vormen om hun handelen op elkaar af te stemmen voor een gemeenschappelijk doel, is hier dus in te herkennen.

De Nederlandse burgers tegenover Ghana

Door Fleur Wessels

In de week van 13 november 2017 heb ik een enquête onder de Nederlandse burgers verspreid om de volgende deelvraag te onderzoeken; ‘In hoeverre staat de Nederlandse burger achter de steun die gegeven wordt aan Ghana op het gebied van welzijn?’. De enquête bestond uit een aantal basisvragen en uit een aantal stellingen, waarbij 1 stond voor volledig mee oneens en 5 voor volledig mee eens. Ik heb 45 reacties ontvangen.

De Nederlandse burgers zijn verschillend van mening, blijkt uit onze resultaten. Mensen met een linkse politieke voorkeur, ongeacht de leeftijd, zijn het meest positief over de steun die aan Ghana gegeven wordt. Uit de gegevens blijkt dat juist deze groep mensen vindt dat Nederland meer steun in het algemeen moet geven aan Ghana (zie grafiek 1), maar ook op de gebieden onderwijs, gezondheid en armoede. De reden voor deze resultaten is waarschijnlijk dat linkse politieke partijen staan voor gelijkheid. Mensen met een linkse politieke voorkeur hebben hetzelfde ideaal en zijn vaak ook meer bereid om andere mensen te helpen en dus ook andere landen, zoals Ghana. Ook besteden linkse partijen veel aandacht aan ontwikkelingssamenwerking en de Nederlandse burgers met een linkse politieke voorkeur staan hier achter. Mensen met een rechtse politieke voorkeur zijn wat minder positief over de steun die Nederland biedt. Dit komt hoogstwaarschijnlijk doordat rechtse partijen zoals de VVD minder aandacht besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Een andere reden is dat rechtse partijen, in tegenstelling tot linkse partijen, het ideaal van gelijkheid niet hebben. Mensen met een rechtse politieke voorkeur hebben dit ideaal dus ook niet en staan dus tegenover de mensen met een linkse politieke voorkeur.

Onder de verschillende leeftijden zijn er ook veel verschillende resultaten. De leeftijdsgroep van 31 tot en met 50 jaar staat gemiddeld het minst sympathiek tegenover de steun die Nederland biedt aan Ghana. Deze leeftijdsgroep geeft aan de ontwikkelingssamenwerking minder goed te vinden dan de andere leeftijdsgroepen. Ook blijkt uit de onderzoeksresultaten dat deze leeftijdsgroep minder positief is over ontwikkelingssamenwerking in het algemeen. de overige leeftijdsgroepen zijn positiever over de steun die aan Ghana wordt gegeven. De leeftijdsgroep 19 tot en met 30 vindt gemiddeld de steun van Nederland het best. Mensen van deze leeftijden zijn vaak, bijvoorbeeld door studies, wat meer geïnformeerd over ontwikkelingssamenwerking. Dit is waarschijnlijk de reden voor deze resultaten, al is dat maar een interpretatie. Ook blijkt uit de resultaten dat de alle mensen uit de leeftijdsgroep van 19 tot en met 30, die de enquête hebben ingevuld, een niet-rechtse (dus links of midden) politieke voorkeur hebben. Hierdoor zijn de resultaten echter wel beïnvloed.

Ook heb ik naar het geslacht van mensen gevraagd. Uit deze resultaten blijkt dat vrouwen gemiddeld positiever zijn over de steun die aan Ghana wordt gegeven dan mannen, al is het verschil nihil (zie grafiek 2). Dit komt hoogstwaarschijnlijk doordat vrouwen van nature wat meer de neiging hebben om te zorgen voor anderen. Er waren echter wel meer vrouwen die de enquête hebben ingevuld, dus die resultaten zijn meer accuraat.

Over het algemeen zijn de mensen met een hogere opleiding (HBO, Universiteit) maar ook mensen met een hoger niveau op de middelbare school (Havo, Vwo) positiever over de steun die aan Ghana wordt gegeven. Het valt me op dat mensen met een Vmbo en MBO opleiding aanzienlijk negatiever tegenover de steun staan. De reden hiervoor is waarschijnlijk dat mensen met een hogere opleiding wat meer informatie over ontwikkelingssamenwerking hebben gekregen, bijvoorbeeld tijdens hun opleiding of middelbare school (Havo en Vwo). Op MBO en Vmbo wordt dit minder behandeld.

Deze resultaten zijn te verbinden door het kernconcept individualisering. Individualisering is het proces waarbij mensen meer als individu, in plaats van als groep, in de samenleving komen te staan. Uit al deze resultaten kun je individualisering terugvinden. Mensen hebben een eigen mening gevormd en als individu deze enquête ingevuld.

En de Ghanezen zelf dan?

Door Lieke Oolders

Op 20 november 2017 heb ik Lianne van Rijssel geïnterviewd om de volgende deelvraag te onderzoeken: “Hoe denkt iemand vanuit het Ghanese perspectief over de steun die wordt gegeven aan Ghana op het gebied van welzijn?”. Via een direct betrokkene, Lianne van Rijssel dus, kon ik voor deze deelvraag de Ghanese visie achterhalen.

Lianne van Rijssel heeft in 2004 Ontmoet Afrika opgericht. Dit is een non-profit organisatie die vrijwilligers en studenten helpt duurzaam vrijwilligerswerk of stages uit te voeren bij lokale bevolking in Afrika. Lianne heeft in het kader van haar studie ‘Voeding en Gezondheid’ in Wageningen een onderzoek gedaan van negen maanden in Ghana naar de traditionele geneeskunde in Afrika. In 2003 is ze weer teruggekeerd naar Ghana en kwam toen op het idee om samen met de mensen die zij daar had leren kennen, haar kennis, contacten en ervaringen te gaan delen met mensen die de droom hebben in Afrika vrijwilligerswerk willen doen of studenten die een stage of onderzoek in Afrika willen doen. Vanuit dat idee is Ontmoet Afrika ontstaan.

De Ghanese bevolking is er van op de hoogte: Ghana ontvangt geld van Westerse landen om het welzijn in Ghana te verbeteren. Dit merken zij onder andere door allerlei initiatieven en projecten vanuit kerken, maar ook ziekenhuizen die uit de grond verrijzen, gesponsord door Nederland, blanken uit de ontwikkelingssector die rondrijden in mooie jeeps en ook de media in Ghana speelt een rol. Er wordt dus daadwerkelijk wat gedaan met het geld dat naar Ghana gaat. Het verschilt echter hoe de hulp door de Ghanezen ontvangen wordt.

Over het algemeen wordt de hulp erg positief gezien, hoe meer er gedaan wordt, hoe leuker de bevolking het vindt. Daarentegen vindt niet iedereen alles wat er gedaan wordt voor Ghana even nuttig. Er is onder de bevolking absoluut sprake van verschillende visies over de beste manier om Ghana te helpen. Hierbij is er vooral een onderscheid te merken in laag opgeleid en hoog opgeleid. Hoe meer scholing de mensen hebben gehad, hoe beter zij de effecten begrijpen van de ontwikkelingssamenwerking en hoe kritischer ze worden. Ze denken meer na over hoe de hulp beter gebruikt zou kunnen worden en zijn dan ook eerder geneigd te zeggen dat de hulp van Nederland zelfs een negatieve werking heeft. Lager opgeleiden zijn daar minder mee bezig en zijn ook sneller enthousiast over de hulp die gegeven wordt.

Naast het verkrijgen van een kritischere blik, zorgt een goede scholing voor een breder perspectief over hoe de wereld in elkaar zit, buiten hun eigen vertrouwde gebied. Deze twee resultaten gecombineerd zouden dus kunnen zorgen voor een betere betrekking van de Ghanezen bij de ontwikkelingssamenwerking, waarbij zij zelf inspraak hebben in de hulp die gegeven wordt. Het besef van het belang van goed onderwijs past daadwerkelijk bij de Ghanese cultuur, het geheel van voorstellingen, uitdrukkingsvormen, opvattingen, waarden en normen die mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven. De meeste Ghanezen zijn zich dan ook bewust van het voordeel van goed onderwijs, met uitzondering van de bewoners van allerarmste dorpen. Hun cultuur wijkt op dit gebied af. Hun prioriteit ligt namelijk bij het overleven en hebben hun kinderen nodig om op het land te werken om de familie te voorzien van voedsel. De scholen in Ghana zijn in principe gratis, maar deze zijn van erg lage kwaliteit. De meeste kinderen die zes jaar naar de lagere school zijn geweest, kunnen bijvoorbeeld nog niet eens een brief schrijven. Om echt goede scholing te krijgen, zouden de kinderen naar privé scholen moeten gaan, maar daar zijn hoge kosten aan verbonden. Je kan dus wel stellen dat vooral de rijkere bevolking kan profiteren van het onderwijs in Ghana. Hun kinderen hoeven vaak niet te werken voor het gezin en hebben de mogelijkheid goed onderwijs te krijgen op privé scholen.

Wat de gezondheidszorg in Ghana betreft, zijn er opnieuw verschillen te merken tussen diverse bevolkingsgroepen in hoeverre zij ervan kunnen profiteren. Er zijn enkele ziektekostenverzekeringen, die in principe niet duur zijn, maar daar is lang niet alles bij inbegrepen, waardoor de bevolking alsnog in veel gevallen meer moet betalen voor de zorg. Dit is een reden waarom armere mensen niet naar ziekenhuizen gaan en ook langer en meer last hebben van ziekte, in tegenstelling tot de rijkere bevolkingsgroep. Armen zouden dus goed hulp kunnen gebruiken op het gebied van gezondheid. De vraag is echter of zij hier ook daadwerkelijk gebruik van zullen maken. Vaak vertrouwen of snappen zij de methodes niet, vanwege de traditionele geneeskunde die nog erg speelt in Ghana. Injecties worden bijvoorbeeld afgekeurd, omdat men bang is dat het gif van die injectie zich over het hele lichaam verspreidt en je vervolgens sterft. De traditionele geneeskunde hoort bij hun cultuur en zij zijn dit gewend, het is normaal. Andere geneeswijzen worden dus gewantrouwd. Voornamelijk de armere bevolking houdt zich nog erg vast aan de traditionele geneeskunde. Er is namelijk een regel in die traditionele geneeswijze waarbij je altijd geholpen wordt en je alleen er iets voor terug hoeft te geven als je dat hebt. De armste Ghanezen hebben hier dus een groot voordeel bij. Deze geneeswijze werkt over het algemeen wel op bepaalde vlakken, maar kan lang niet alles oplossen, bijvoorbeeld situaties waarbij operaties of agressieve medicijnen bij nodig zijn. Er zou dus eerst een betere integratie moeten komen tussen de traditionele geneeskunde en de moderne geneeskunde, zodat de bevolkingsgroepen elkaar beter begrijpen en zij ook echt gebruik gaan maken van de verbeterde moderne geneeskunde.

De resultaten van de armoedebestrijding in Ghana ziet men puur in de bouw van nieuwe scholen, ziekenhuizen en allerlei andere nieuwe gebouwen. Je kan hierbij de vraag stellen of de Ghanezen individueel wat merken van deze hulp, vooral de arme bevolking. Zij zien bijvoorbeeld dat er privé scholen gebouwd worden met goed onderwijs waar hun kind naar toe kan, maar zij moeten nog steeds geld betalen om hun kinderen hier naar toe te sturen. Hierdoor zullen zij meer het idee hebben dat alleen rijke Ghanezen van de hulp profiteren.

De westerse wereld wil zo snel mogelijk resultaten zien van hun hulp in Ghana. Met weinig geduld proberen landen als Nederland in een zo kort mogelijke tijd bepaalde doelstellingen te behalen. Het gevolg van deze haast is echter dat er niet genoeg stilgestaan wordt bij verschillen in cultuur. Er wordt niet goed gekeken naar de beste en efficiëntste manieren van hulp met oog op de Ghanese cultuur. Er wordt niet voldoende tijd genomen om met de bevolking zelf te gaan praten om te achterhalen hoe hun leven eruit ziet en wat hun behoeftes zijn. De westerse manier van werken wordt enorm doorgedrukt, wat regelmatig tot conflicten en misverstanden zorgt. Hierdoor kan het nog wel eens voorkomen dat de hulp van Nederland als ongewenste westerse invloed wordt gezien, vooral door de jonge hoogopgeleide bevolkingsgroep. Want hoe hoger ze zijn opgeleid, hoe kritischer ze zijn over de ontwikkelingssamenwerking met Nederland. Maar uiteindelijk is elke Ghanees het er over eens dat elke vorm van hulp beter dan helemaal niks.

Conclusies

Politiek Partijen

Hulporganisaties

De Nederlandse Burgers

Direct betrokkenen

Hoofdvraag

Wetenschappelijke paradigma

Politieke partijen

Politieke partijen

Uit mijn onderzoek is gebleken dat de twee partijen, de Pvda en de VVD, compleet andere visies delen over ontwikkelingssamenwerking in het algemeen, maar wel beide van mening zijn dat de ontwikkelingssamenwerking met Ghana tot een einde moet komen.

De PvdA heeft meer progressieve ideeën en is van mening dat ontwikkelingssamenwerking iets is wat over het algemeen bevordert moet worden terwijl de VVD vindt dat ieder land zichzelf moet redden.

Mijn hypothese is vrijwel volledig uitgekomen. Door de steun die de PvdA heeft geboden aan de ontwikkelingssamenwerking met Ghana is dat onder andere een grote factor geweest in de uiteindelijke ontwikkelingen van het land. Ook is het zo, dat er van de kant van de VVD vrijwel geen informatie is te vinden over dat ze iets van steun hebben geboden aan de ontwikkelingssamenwerking, waardoor ik kan concluderen dat ze inderdaad niet van hulp zijn geweest, oftewel voor vrijwel geen effect hebben gezorgd wat betreft de hulp aan het welzijn in Ghana.

Antwoord op deelvraag: “Wat is het effect van de steun die de Nederlandse politiek biedt aan Ghana op het gebied van welzijn?”

De Nederlandse politiek houdt zich heel erg met ontwikkelingssamenwerking bezig en heeft dan ook zeer sterke en zeer verschillende meningen over de steun die geboden wordt/moet worden aan ontwikkelingslanden als Ghana. Dat is te constateren na het vergelijken van de visie van de PvdA en de VVD op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Het feit dat Nederland er zo actief mee bezig is, zorgt ervoor dat de politiek zich meer kan verdiepen in de steun die geboden moet worden, de mate waarin en in welke vorm. Dat heeft als effect dat de steun veel effectiever in het land, in dit geval Ghana, gebruikt kan worden wat resulteert in snellere positieve ontwikkelingen en vorderingen wat betreft het welzijn in het land.

Hulporganisaties

Hulporganisaties

Uit ons onderzoek blijkt dat zowel Ghana-Haarlem als THP Nederland dezelfde doelen hebben; namelijk het verbeteren van de leefomstandigheden van de Ghanezen burgers in algemene zin. De vraag was hier of de verschillende werkwijzen van deze organisaties even waardevol zijn en of het effect heeft op het welzijn van de Ghanezen. Wij hadden verwacht dat de schaal, een lokale of nationale schaal in onze gevallen, waarop hulporganisaties hun hulp geven invloed zou hebben op de kwaliteit van de hulp. Dit bleek in het geval van onze organisaties niet waar. Namelijk de organisatie die zich over een groter gebied verspreid, THP Nederland, en daarmee zijn totale inzet verdeeld, had aanzienlijk meer vooruitgang dan Ghana-Haarlem die zich focuste op slechts één regio. Zelfs in verhouding, als je zou aannemen dat beide organisaties even groot zouden zijn is het werk van THP Nederland effectiever. Dit komt simpelweg door hun visie en hoe zij hun hulp verlenen, namelijk op grotere schaal volgens hun epicentrum strategie.

In onze hypothese schreef ik dat door de meerdere bestuursleden van Ghanese afkomst Ghana-Haarlem waarschijnlijk makkelijker contact had met de burgers die zij willen helpen. Dit bleek slechts een kleine rol te spelen en bijna verwaarloosbaar. Ghana-Haarlem is slechts in één regio te vinden terwijl THP Nederland zónder Ghanese bestuursleden een veel breder netwerk hebben weten op te zetten. Waar wij in onze hypothese wel gelijk in schenen te hebben, is dat doordat Ghana-Haarlem zijn aandacht niet alleen heeft gericht op Ghanezen, maar ook op Nederlanders van Ghanese afkomst Ghana-Haarlem minder projecten onderneemt in Ghana. Kortom de aanwezigheid van Ghanezen in Nederland die hulp ontvangen van Ghana-Haarlem vertragen de hulp van Ghana-Haarlem in Ghana.

Onze hypothese komt voor ongeveer de helft overeen met de onderzoeksgegevens. De verschillende manieren waarop de organisaties te werk gaan zijn duidelijk te zien. Ook het effect wat deze hulporganisaties doen naar voren gekomen.

Antwoord op deelvraag: “Wat is het effect van de steun die Nederlandse hulporganisaties bieden aan Ghana op het gebied van welzijn?”

Wij kunnen concluderen dat de volgende meetbare effecten bestaan in de steun die Nederlandse hulporganisaties bieden.

De directe effecten van de gegeven steun door Nederlandse hulporganisaties zijn: een stijging in de kwaliteit van het onderwijs, een lagere armoede en een hogere levensverwachting, ofwel een beter welzijn voor de burgers in Ghana. Een voorbeeld hiervan is de 40 verschillende onderwijs instellingen verdeeld over Ghana, gebouwd in de afgelopen tien jaar door de hulp van Ghana-Haarlem en THP Nederland. De meeste van deze scholen zijn helemaal gevuld met leerlingen uit de directe omgeving. De steeds beter opgeleide kinderen van deze generatie zullen een ontzettende vooruitgang zijn en een waardevolle aanwinst voor heel Ghana. Een ander voorbeeld is de meer dan 40.000 boeren en boerinnen in alleen al 2016 die verder zijn opgeleid in hun eigen vak. Dit geeft zowel de regio waarin deze boeren leven een betere voedselzekerheid, maar ook is deze kennis op de lange termijn belangrijk voor het nageslacht van deze boeren en boerinnen. In de algemene zin is elke vorm van steun door hulporganisaties waardevol, maar het zijn de geplande grootschalige plannen, zoals die van THP Nederland, die het welzijn voor de Ghanese burgers verbeteren. Volgens sommige zo goed dat Ghana in 2020 geen ontwikkelingssamenwerking meer nodig heeft van Nederland, zoals blijkt uit een brief die Oud-minister M. Ploumen naar de Tweede Kamer stuurde. Hierin concludeerde zij dat verschillende ontwikkelingslanden per 2020 voldoende economische groei hebben gemaakt voor Nederland om zich terug te kunnen trekken en zich te focussen op een ander land.

De Nederlandse burgers

De Nederlandse burgers

Het blijkt dat er diverse visies zijn van de Nederlandse bevolking over de steun die Nederland aan Ghana biedt op het gebied van welzijn. Onze hypothese komt hierbij overeen met onze onderzoeksresultaten. Net zoals in onze hypothese, denken mensen met een linkse politieke voorkeur positiever over de steun aan Ghana op het gebied van welzijn dan mensen met een rechtse politieke voorkeur. Ook blijkt uit onze onderzoeksresultaten dat vrouwen sympathieker tegenover de steun die aan Ghana wordt gegeven staan dan mannen, dit hadden wij ook verwacht.

Bij de leeftijdsgroepen is onze hypothese niet uitgekomen. Onze verwachting was dat de leeftijden 19 tot en met 50 jaar, het positiefst over de steun aan Ghana waren. Dit was echter niet geheel het geval. Uit onze onderzoeksresultaten kwam dat de leeftijdsgroep van 19 tot en met 30 jaar significant sympathieker tegenover de steun stond dan de leeftijdsgroep van 31 tot en met 50 jaar. De tweede leeftijdsgroep was het negatiefst over de steun aan Ghana. Ook waren hoger opgeleiden positiever over de steun aan Ghana van Nederland. Mensen met een HBO of universitaire opleiding stonden sympathieker tegenover de steun dan mensen met een MBO, ook waren mensen van het vwo en de havo positiever dan mensen van het vmbo. Deze resultaten waren niet geheel gelijk aan onze hypothese.

Vooral op het gebied van onderwijs en gezondheid waren de meeste mensen het positiefst, net zoals in onze hypothese.

Antwoord op deelvraag: “In hoeverre staat de Nederlandse burger achter de steun die gegeven wordt aan Ghana op het gebied van welzijn?”

De steun die aan Ghana wordt gegeven op het gebied van welzijn wordt door de Nederlandse burgers als positief ervaren. Dit geldt niet voor de alle Nederlandse burgers. Rechts politiek georiënteerde mensen zijn negatiever over de steun die gegeven wordt aan Ghana op het gebied van welzijn, dan links politiek georiënteerde mensen. Op de gebieden armoede, gezondheid en onderwijs zijn rechts politiek georiënteerde mensen allemaal significant negatiever. Naast rechts politiek georiënteerden, zijn mensen uit de leeftijdsgroep 31 tot en met 50 jaar het minder eens met de steun die gegeven wordt aan Ghana. De overige leeftijdsgroepen staan echter wel positief tegenover de steun aan Ghana. Vooral op de gebieden onderwijs en gezondheid staan mensen achter de steun en de meerderheid vindt zelfs dat er meer steun aan Ghana gegeven moet worden op deze gebieden.

Over het algemeen staan de Nederlandse burgers dus achter de steun die aan Ghana gegeven wordt, maar niet op alle gebieden.

Direct betrokkenen

Direct betrokkenen

Het blijkt dat er diverse visies zijn van de Ghanese bevolking over de steun aan Ghana op het gebied van welzijn. Onze hypothese komt hierbij overeen met onze onderzoeksresultaten. Er is echter een verschil in welke bevolkingsgroepen welke visies hebben. Wij hadden verwacht dat ouderen negatiever zouden staan tegenover de steun, maar het blijkt dat dit eerder voorkomt bij jongeren. Het zijn juiste de jongere Ghanesen die hoger opgeleid zijn, waardoor zij een beter beeld hebben van de ontwikkelingssamenwerking en daarom dus ook kritischer zijn. Op het gebied van gezondheid hadden wij verwacht dat het verschil zou liggen in geslacht, maar hier bleek niet echt sprake van te zijn. Arme mensen zouden beter steun op het gebied van gezondheid kunnen gebruiken dan welvarende mensen, maar dan wel op de juiste manier, aangezien vooral armen zich zo vasthouden aan de traditionele geneeskunde.

Het klopt dat het voornamelijk rijke en welvarende burgers zijn die het belang inzien van goede scholing, maar het is niet zo dat alleen zij de goed onderwijs kunnen gebruiken. Elke Ghanees zou hierbij een groot voordeel hebben, maar niet iedereen heeft de mogelijkheid er van te kunnen profiteren.

In grote lijnen klopt onze hypothese, de verschillende visies zijn duidelijk te merken. Maar hoe deze visies daadwerkelijk verdeeld zijn over de bevolkingsgroepen, blijkt uit de onderzoeksresultaten anders te zijn dan verwacht.

Antwoord deelvraag “Hoe denkt iemand vanuit het Ghanese perspectief over de steun die wordt gegeven aan Ghana op het gebied van welzijn?”

De steun die gegeven wordt aan Ghana op het gebied van welzijn wordt door de Ghanese bevolking over het algemeen als positief ervaren. Er zijn hierbij uitzonderingen, als voorbeeld de hoger opgeleide Ghanezen die beter de effecten begrijpen van de ontwikkelingssamenwerking en daardoor kritischer zijn over de gegeven steun. Verschillende bevolkingsgroepen hebben diverse visies over het nut en het belang van de steun, waarbij er verschillen te merken zijn per onderdeel van welzijn. Steun om het onderwijs te verbeteren wordt grotendeels door iedereen gewaardeerd. Alleen de bewoners van de allerarmste dorpen hebben hier geen belang bij, een goede scholing heeft bij hen geen prioriteit.

Op het gebied van gezondheid kunnen vooral arme Ghanezen hulp gebruiken, maar echt behoefte hebben ze er niet aan. Dit omdat de traditionele geneeskunde nog een erg grote rol speelt, waardoor nieuwe, verbeterde geneeskunde wantrouwen oproept.

De steun op het gebied van armoede roept vooral bij de minder welvarende Ghanezen twijfels op. Zij zien dat er hulp gegeven wordt, maar ze hebben het idee dat het juist de welvarende mensen verder helpt en niet zo zeer de arme mensen.

De manier waarop de gegeven steun wordt uitgevoerd vraagt verandering wat de Ghanese bevolking betreft. Er wordt niet op de juiste manier gehandeld, waardoor conflicten en misverstanden ontstaan en de hulp niet optimaal gebruikt kan worden. Maar uiteindelijk is elke Ghanees het er over eens dat elke vorm van hulp beter is dan helemaal niks. Ondanks de verschillen in behoeftes en standpunten van de Ghanese bevolking, wordt de steun op het gebied van welzijn over het algemeen door de Ghanezen als iets positiefs ervaren.

Hoofdvraag

Hoofdvraag

Onze verwachtingen over het effect van de steun die de Nederlandse politiek biedt aan Ghana, zijn grotendeels uitgekomen. Het klopt dat de situatie Ghana is verbeterd door middel van de steun uit Nederland. Wat de hypothese over het effect van de steun van hulporganisaties, zien wij dat delen hiervan overeenkomen met de onderzoeksresultaten. Op enkele vlakken zaten wij er naast, zoals onze voorspelling over de rol van Ghanese contacten in de communicatie met de burgers, maar op andere vlakken waren onze verwachtingen juist. Wat betreft de hypothese over de mate waarin de Nederlandse burger achter de steun aan Ghana staat, hebben wij vrijwel volledig een goede voorspelling gedaan. Het enige waar wij naast zaten, is de mening van de mensen tussen 31 en 50 jaar op het gebied van welzijn. Deze leeftijdsgroep bleek dusdanig minder positief tegenover de steun die aan Ghana wordt gegeven te staan. Onze verwachtingen van de ideeën van de Ghanese bevolking over de steun die aan Ghana gegeven wordt, kloppen in grote lijnen. Deze ideeën zijn echter wel anders verdeeld over de bevolkingsgroepen dan wij voorspeld hadden.

Antwoord op de hoofdvraag “Wat is het effect van de steun die Nederland biedt aan Ghana op het gebied van welzijn?”

Wij kunnen concluderen uit onze onderzoeksresultaten, dat de steun die Nederland biedt aan Ghana op het gebied van welzijn duidelijk een positief effect heeft. Dit zien wij onder andere door de hulporganisaties die in Ghana al vele resultaten bereikt hebben. Voorbeelden hiervan zijn: verschillende gemeenschappen die in de afgelopen jaren zelfredzaam zijn geworden en een daling in analfbetisme door stichting van vele onderwijsinstellingen. Bovendien kan de gegeven hulp er voor zorgen dat Ghana per 2020 geen steun meer zal ontvangen van Nederland. Ook de Nederlandse politiek heeft een positieve invloed op de steun die aan Ghana gegeven wordt op het gebied van welzijn. Dit komt door het streven naar goede resultaten in de ontwikkelingssamenwerking met Ghana en hun inspanningen daarbij. De Nederlandse burgers blijken hier achter te staan en zijn dus ook voornamelijk positief over de steun die Nederland biedt aan Ghana, ondanks enkele uitzonderingen onder hen.

Echter kwam uit ons onderzoek naar voren dat de Ghanese bevolking zelf op vele vlakken een andere mening had over het effect van de steun van Nederland aan Ghana. Hoewel zij ook overwegend positief waren over de steun, zijn zij duidelijk veel kritischer over bepaalde punten van de gegeven steun. De resultaten die de hulporganisaties hebben bereikt, blijken voor bepaalde bevolkingsgroepen in de praktijk niet optimaal te werken. Er worden bijvoorbeeld wel meer onderwijsinstellingen gebouwd, maar de kwaliteit blijft laag. Hierdoor zullen de mensen voor goed onderwijs, die de privé scholen bieden, alsnog geld moeten betalen. Ook wordt de manier waarop de ontwikkelingssamenwerking verloopt niet altijd even positief ervaren.

Het effect van de steun die Nederland biedt aan Ghana op het gebied van welzijn is dus vooral vanuit het Nederlandse perspectief positief. Er vinden namelijk veel ontwikkelingen plaats in Ghana. Echter vanuit Ghanese perspectief is het effect van de steun betrekkelijk minder positief en blijkt niet altijd even goed te werken als in de eerste plaats gedacht werd.

Wetenschappelijke Paradigma

Paradigma

Wij plaatsen onze conclusies onder het rationele actor paradigma. Bij dit paradigma wordt de nadruk gelegd op actoren en hun streven naar het behalen van het maximale nut. Wij plaatsen onze conclusie bij dit paradigma, omdat wij in ons onderzoek een duidelijk verschil in mening over de steun van Nederland aan Ghana merken tussen de actoren. Er zijn bij ons onderzoek verschillende actoren betrokken die allemaal een andere blik hebben op de meest effectieve vorm van handelen. Zij hebben dezelfde doelen, maar willen deze doelen op verschillende wijzen realiseren. Ook hebben zij verschillende ideeën over de optimale uiteindelijk te behalen doelen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit hun verschillende meningen over het effect van de steun van Nederland aan Ghana. De verschillen zijn duidelijk te merken, onder andere tussen de politieke partijen en tussen de visies en de belangen vanuit Nederlands perspectief en Ghanees perspectief.

Groepsvisie

Individuele visies en Groepsvisie

Ahlam

Merlijn

Fleur

Lieke

Groepsvisie

Ahlam:

Uit de onderzoeksresultaten van het eerste interview van Lieke kan ik constateren dat er niet genoeg wordt stilgestaan bij verschillen in cultuur. Ook wordt er niet voldoende tijd genomen om met de bevolking zelf te gaan praten om te achterhalen hoe hun leven eruit ziet en wat hun behoeftes zijn of goed gekeken naar de beste en efficiëntste manieren van hulp met oog op de Ghanese cultuur. Ik ben het hier niet mee eens. Ik ben van mening dat er op een zeer gerichte manier wordt nagedacht over de ontwikkelingssamenwerking voordat deze wordt voortgezet. Aan het einde van de dag willen wij, Nederland, natuurlijk maximale effectiviteit uit het geld dat wij uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking. Het is dus alleen maar logisch dat er zeker wel genoeg onderzoek wordt uitgevoerd voordat de samenwerking plaats vindt. In een Artikel uit de Volkskrant, op 2 september 2015, lees ik:

“De Nederlandse ontwikkelingsorganisaties leveren uitstekend werk. Het belastinggeld dat zij kregen om hun doelen te bereiken - de ‘medefinancieringsgelden’ van 1,9 miljard euro over de laatste vijf jaar - is uitstekend besteed. Voor zover te achterhalen, gebeurde dat ook efficiënt. Dat is de uitkomst van de grootste evaluatie ooit van ontwikkelingsprojecten.”

Naar aanleiding van dit artikel heb ik mijn mening gevormd. Ik kan concluderen dat er niet zomaar ‘zonder zorgvuldig nadenken’ hulp wordt geboden, maar dat er daadwerkelijk op resultaten gedoeld wordt.

https://www.volkskrant.nl/economie/-ontwikkelingshulp-door-nederland-is-effectief-en-efficient~a4133656/

Merlijn:

Ik vind dat de ontwikkelingssamenwerking met Ghana op zich een positieve zaak is. Ik ben wel van mening dat er nog het een en ander verbeterd kan worden. De hulporganisaties doen het al heel goed, maar het blijkt dat nog niet alle Ghanezen maximaal profiteren van de gegeven steun. Ik vind dat hier het een en ander aan gedaan moet worden, want de steun aan Ghana is voor iedereen. Dus ook voor de allerarmste of de laagst opgeleide Ghanezen. Verder ben ik meer te spreken over de ideeën van de PvdA over de ontwikkelingssamenwerking, dan de ideeën van de VVD. Ik vind niet dat Ghana zichzelf moet redden, zoals de VVD dat wel ziet. Het land heeft nou eenmaal hulp nodig en kan zichzelf simpelweg niet redden zonder deze hulp. De ontwikkelingssamenwerking is dus cruciaal voor het verbeteren van de kwaliteit van welzijn in het land.

Fleur:

Ik ben van mening dat de ontwikkelingssamenwerking tussen Ghana en Nederland op het gebied van welzijn een goede stap is geweest. Door niet alleen maar ontwikkelingshulp te bieden, maar juist samen te werken met landen zoals Ghana, ontwikkelen deze landen als Ghana zich beter. Ongeacht de verschillende meningen van de actoren, valt er in ieder geval te zeggen dat de steun die aan Ghana gegeven wordt een positief gegeven is. Ik ben ook zeker van mening dat de ontwikkelingssamenwerking moet worden voortgezet. De Ghanese bevolking merkt misschien nog niet genoeg van de steun die wordt gegeven aan Ghana, maar als dit wordt voortgezet zullen de effecten van de steun beter merkbaar zijn. Als de ontwikkelingssamenwerking tussen Ghana en Nederland wordt voortgezet, worden beide landen hier beter van, de relatie tussen de twee landen wordt verbeterd en de situatie in Ghana ook.

Lieke:

Ik ben van mening dat de ontwikkelingssamenwerking met Ghana iets is wat voortgezet zou moeten worden. Ik denk dat het belangrijk is dat landen elkaar blijven steunen en aan elkaar blijven denken. Solidariteit vind ik dan ook een van de belangrijkste waardes die er zijn. Ondanks de verschillende meningen over de gegeven steun, denk ik dat iets doen altijd beter is dan helemaal niets.

Ik kan mij erg vinden in de werkwijze van de hulporganisatie The Hunger Project Nederland. Zij richtten zich op het motiveren van de burgers, zodat zij zelf de kwaliteit van het welzijn in Ghana aanpakken, bijvoorbeeld door het opbouwen van een gemeenschappelijk centrum. Dit is naar mijn idee een veel effectievere manier van werken dan wanneer de hulporganisaties zelf kijken wat er nodig is om dat dan vervolgens zelf te bouwen. Op deze manier kunnen er dus misverstanden en onenigheden ontstaan onder de Ghanese bevolking over de gegeven steun. Wanneer je de bevolking zelf aan de slag zet, zal dit niet gebeuren en bereik je naar mijn mening niet alleen een verbetering in de kwaliteit van het welzijn, maar win je ook respect en waardering van de Ghanese bevolking. Ik geloof dat deze twee zaken haast even belangrijk zijn. Zodra landen elkaar waarderen, voelen we ons meer verbonden met elkaar en zal er meer rust en solidariteit in de wereld ontstaan.

Groepsvisie:

We zijn het er allemaal over eens dat de ontwikkelingssamenwerking met Ghana een positief iets is. Het is goed en ook nodig dat Nederland Ghana helpt. Alleen op die manier kan de kwaliteit van het welzijn in Ghana verbeterd worden. Lieke, Merlijn en Fleur zijn er alledrie over eens dat er nog wel het een en ander veranderd zou moeten worden, zodat ook de Ghanese bevolking zelf 100% achter de steun staat en optimaal kan profiteren van de steun. Ahlam daarentegen, vindt dat er al voldoende gekeken wordt naar de juiste steun op de juiste manier voor de Ghanezen. Hier hoeft naar haar idee dus niet iets aan verbeterd te worden. Uiteindelijk zijn wij wel allemaal van mening dat Ghana zo goed en zo effectief mogelijk geholpen moet worden en dat de ontwikkelingssamenwerking met Ghana daar een grote en positieve bijdrage aan levert.